Wortels van het model

Terwijl Community Land Trusts vandaag vooral worden beschouwd als een model voor betaalbaar wonen, lag de nadruk bij het ontstaan ervan op de grondeigendom. Voor de CLT-pioniers was collectieve grondeigendom het antwoord op de grote sociaaleconomische en ecologische uitdagingen van die tijd. Ze waren niet de eersten met dat idee. Deze pioniers waren geïnspireerd door mensen als de negentiende-eeuwse Amerikaanse politicus en denker Henry George, die in zijn werk “Progress and poverty” het verband legde tussen private grondeigendom en de grote ongelijkheid en de verbijsterende armoede in het negentiende-eeuwse Amerika. Denkers als Ralph Borsodi bouwden verder op dat idee en inspireerden op hun beurt CLT pioniers als Slater King en Bob Swann, die later de eerste CLT zouden oprichten.

Het idee dat aan de basis ligt is dat private grondeigendom problematisch is, zowel om morele redenen (“de aarde behoort aan de gehele mensheid”) als om sociaaleconomische redenen, het idee namelijk dat de grondrente, de meerwaarde gegenereerd door de eigendom van gronden, onverdiend is, omdat ze niet het resultaat is van de arbeid van de eigenaar, maar van inspanningen van de gemeenschap, zoals het aanleggen van infrastructuur door de overheid en het creëren van een aangename leefomgeving door de gemeenschap. Wie geen grond kan kopen, is daarom verplicht huur te betalen aan de eigenaars. Dit draagt bij tot stijgende ongelijkheid.

Vanaf het eind van de jaren zestig zouden activisten uit de Amerikaanse vredesbeweging, de burgerrechtenbeweging en radicale religieuze groepen met deze ideeën aan de slag gaan. Zij zagen de oplossing in een nieuw eigendomsmodel, niet privaat maar ook niet publiek. Zij wilden het eigendomsrecht als het ware ontrafelen, en bepaalde onderdelen die klassiek worden toegekend aan individuele grondbezitters overhevelen naar de gemeenschap. Zij zochten naar een model dat een rechtvaardig en duurzaam evenwicht kon scheppen tussen de belangen van de gemeenschap en die van de individuele burger. Grond moest op lange termijn kunnen gebruikt worden om aan de behoeften van de gemeenschap te voldoen, en de meerwaarde gegenereerd door de inspanningen van de gemeenschap moesten aan die gemeenschap ten goede komen. De individuele burger moest woonzekerheid krijgen, moest een kapitaal kunnen opbouwen, en een erfenis kunnen nalaten. Dit kon gerealiseerd worden door de eigendom van de grond af te splitsen van de eigendom van wat er op die grond staat. De grond wordt collectieve eigendom, de woning die erop staat is individuele eigendom van de bewoner. De meerwaarde van de grond is niet voor de bewoner, maar blijft in de gemeenschap.

Dit concept werd voor het eerst toegepast bij New Communities Inc. In 1970 kocht een groep zwarte activisten in Albany, in de Zuidelijke staat Georgia, een groot stuk land aan om daar een boerengemeenschap op gemeenschapsgrond te stichten. Burgerrechtenactivisten hadden vastgesteld dat vele zwarte deelpachters die hun pas verworven burgerrechten wilden gebruiken en zich op de gemeente lieten registreren om te gaan stemmen, vervolgens door de blanke grondbezitters uit hun boerderij werden gezet. Zij zagen in dat controle over de grond de voorwaarde was voor een reële emancipatie. “All power comes from the land” zou Charles Sherrod, een van de oprichters, daar later over zeggen in de film “Arc of Justice”, die het verbijsterende verhaal van de oprichting, ondergang en wederopstanding van deze eerste CLT, in een erg vijandige blanke omgeving, vertelt.

Het zou na de oprichting van New Communities Inc. nog zo’n twintig jaar duren voor het model zoals we het vandaag kennen zijn uiteindelijke vorm kreeg, en voor er van een echte CLT beweging sprake zou zijn. De nadruk kwam in die periode steeds meer op wonen te liggen, en verlegde zich stilaan van het platteland naar de steden. De verkoopformules en de bestuursvorm werden verder op punt gesteld. Meer en meer waren het ook niet meer enkel activisten die de formule gebruikten, ook lokale overheden gingen ze zich toe-eigenen. Zo was het toenmalig burgemeester Bernie Sanders die het licht op groen zette voor de eerste door de overheid ondersteunde CLT, de Champlain Housing Trust in Burlington, Vermont, die zou uitgroeien tot een van de grootste  Land Trusts. De bekroning van deze CLT met World Habitat Award in 2008 zorgde voor grote zichtbaarheid voor het model. Samen met studies die aantoonden dat CLT-eigenaars heel weinig hadden geleden onder de subprimecrisis droeg dit er toe bij dat het model de laatste tien jaar in de lift zit, en dat vanuit de VS nu ook langzaam de rest van de wereld wordt veroverd.